|
Oplosmiddelen
Gechloreerde
oplosmiddelen zijn een groep chemische producten die een cruciale rol
spelen in de industrie omwille van hun uitstekend reinigingsvermogen.
Het gaat om perchlooretheen, trichlooretheen en metheenchloride. Zij
tasten de stratosferische ozonlaag niet aan. De bijdrage van gechloreerde
oplosmiddelen tot het broeikaseffect, de zure regen
en de fotochemische smog is verwaarloosbaar. Zij zijn niet brandbaar.
Behandel deze producten met de nodige voorzorgen en ze vormen geen bedreiging
voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid. Hun eigenschappen maken
herhaald recycleren mogelijk. Zonder rekening te houden met recyclage
werden in het jaar 2006 in Europa 214.000 ton gechloreerde oplosmiddelen
gebruikt. Dit getal loopt sinds 1997 jaarlijks terug met gemiddeld 4,6%
als gevolg van strengere regelgeving, deskundiger gebruik, recyclage
en werken in gesloten systemen. Ook het verbod om trichlooretheen publiek
te verkopen heeft bijgedragen tot de dalende cijfers.
Waarvoor
gebruik je gechloreerde oplosmiddelen?
| Product
|
Voornaamste
toepassingen |
| perchlooretheen
(PER) |
chemisch
reinigen van textiel ("droogkuis", "stomerij")
chemisch
tussenproduct
reiniging van metalen |
| trichlooretheen
(TRI) |
reiniging
van metalen
lijmen
chemisch tussenproduct
|
| metheenchloride |
farmaceutica,
elektronica, extractievloeistof
oplosmiddel in o.a. spuitbussen, afbijtmiddel, blaasmiddel voor kunststofschuim, lijm,
reinigen van metalen |
- Gechloreerde
oplosmiddelen worden onder andere
gebruikt bij de fabricage van medisch materiaal, autoremsystemen,
technische polymeren, microprocessoren, hydraulische systemen van
vliegtuigen en precisie-instrumenten. Zij zijn de beste oplosmiddelen
voor allerhande oliën en vetten, b.v. het reinigen van bulkcontainers
en schepen.
Wat
is het effect van gechloreerde oplosmiddelen op het milieu ?
- Trichlooretheen,
perchlooretheen en metheenchloride worden sinds vele jaren op grote
schaal gebruikt. Hun invloed op milieu, gezondheid en veiligheid zijn
tot een minimum beperkt;
- zij zij niet
brandbaar;
- moderne installaties
halen betere resultaten met minder oplosmiddel;
- een
gas dat aan de grond wordt uitgestoten bereikt de stratosfeer één
tot twee jaar later. De levensduur van trichlooretheen, perchlooretheen
en metheenchloride in de atmosfeer is relatief kort. Deze gassen zijn
dus zo goed als afgebroken vóór zij de ozonlaag in de
hoger gelegen stratosfeer bereiken. Zowel hun uitwerking als de mate
waarin ze de ozonlaag kunnen aantasten is miniem;
- deze
drie gechloreerde oplosmiddelen ontbinden vlug in de atmosfeer. Ze
dragen nauwelijks bij tot het broeikaseffect;
- wat
de vorming van zure regen
betreft, zijn de hoeveelheden gechloreerde oplosmiddelen die in de
atmosfeer terechtkomen onbetekenend (minder dan 1 %) tegenover de
uitgestoten oxidehoeveelheden, veroorzaakt door de verbranding van
fossiele brandstoffen;
- gechloreerde
oplosmiddelen leven slechts relatief kort in de atmosfeer. Mochten
ze in het water of op de grond terechtkomen, dan zal het overgrote
deel in de lucht verdampen en daar snel ontbinden. Metheenchloride
is volledig biologisch afbreekbaar onder zowel aërobe (met zuurstof)
als anaërobe (zonder zuurstof) omstandigheden. Trichlooretheen
en perchlooretheen breken daarentegen veel trager af. Lekkage in water
moet hoe dan ook vermeden worden. De huidige gevallen van grondwatervervuiling
zijn het gevolg van vroegere lekkages of van ondeskundige verwijdering.
Algemeen kan gesteld worden dat sanering van de bodem duur is, wat
het belang onderstreept van preventieve maatregelen ter voorkoming
van bodemverontreiniging;
- de
bijdrage van gechloreerde oplosmiddelen tot de vorming van fotochemische
smog door ozon in de lage atmosfeer, is verwaarloosbaar. Hun aandeel
werd enkele jaren geleden in West-Europa op 0,5 % geschat. Sindsdien
zijn de emissies sterk verminderd.
Wat
is het effect op de gezondheid
?
- Recente
gezondheidsstudies peilden naar de effecten op dieren van blootstelling
aan gechloreerde oplosmiddelen;
- dit had als
gevolg dat TRI door de EU in 2002 werd herschikt van categorie 3 (mogelijk kankerverwekkend)
naar categorie 2 (kan kanker veroorzaken). Deze beslissing was echter
niet het gevolg van nieuw ontdekte nadelige eigenschappen van het
product. Het was eerder een consequentie van de nieuwe Europese
aanpak die rekening wil houden met het effect van blootstelling
aan hoge dosissen TRI op laboratoriumdieren;
- ECSA (European
Chlorinated Solvent Association), de groepering die de producenten
van gechloreerde oplosmiddelen vertegenwoordigt, gelooft niet dat
de herklassering gerechtvaardigd is. Er werd namelijk geen enkele
wetenschappelijk bewijs geleverd van het oorzakelijk verband tussen
blootstelling aan TRI en kanker bij de mens. Daarentegen is wel
bewezen dat het langdurig toepassen van hoge dosissen TRI bij dieren,
niet relevant is voor risicobeoordeling bij de mens. Het is namelijk
onmogelijk gebleken om onderzoeksresultaten van blootstelling op
dieren te extrapoleren op de mens. ECSA doet hierover verder onderzoek en zal in 2009 opkomen met analyses, besluiten en voorstellen;
- ook voor perchlooretheen
en metheenchloride zijn studies aan de gang.
-
De
technische kenmerken aan dewelke een alternatief product moet voldoen,
zijn: niet onvlambaar, hoog oplossingsvermogen, compatibiliteit met
een groot aantal materialen en uitstekende droog- en recyclage-eigenschappen;
-
alternatieve
reinigingsmethodes zijn: waterige formules, het zogenaamde "nat reinigen";
oplosmiddelen op basis van koolwaterstoffen en halfwaterige systemen.
De respectievelijke technologieën verschillen fundamenteel van die
van de gechloreerde oplosmiddelen maar geen enkel van deze systemen
heeft bewezen over de ganse lijn beter te zijn;
-
alternatieven
zijn niet noodzakelijk beter voor het milieu en zeker niet voor de
veiligheid van de gebruikers. Van sommigen werden de gevolgen voor
de gezondheid nog niet voldoende onderzocht;
-
gechloreerde
oplosmiddelen worden sinds vele jaren op grote schaal gebruikt. Hun
voor- en nadelen zijn goed bekend en door de gebruikers goed gekend,
zodat hun mogelijke invloed op gezondheid, milieu en veiligheid tot
een minimum beperkt blijft;
-
PER blijft het nummer één oplosmiddel voor droogkuis / chemisch reinigen;
-
PER neemt geleidelijk aan de plaats in van TRI voor metaalontvetting.
Hoe
zit het met de recyclage ?
-
Vervuilde
gechloreerde oplosmiddelen, gebruikt bij oppervlaktereiniging, droogkuis
of andere processen, laten zich gemakkelijk distilleren en meermaals
recycleren. Aldus teruggewonnen oplosmiddelen kunnen probleemloos
opnieuw worden gebruikt. Dit proces kan meermaals worden herhaald;
-
zo'n
20 % van de behoefte aan gechloreerde oplosmiddelen wordt gedekt door
recyclage;
-
Klantenbegeleiding
- De
industrie, verenigd in ECSA
(European Chlorinated Solvent Association) kijkt er nauwlettend op
toe dat de professionele eindgebruikers de producten, de materialen
en installaties gebruiken in de beste omstandigheden en alleen voor
die toepassingen waarvoor ze bestemd zijn;
- in samenwerking
met de handelaars in chemische producten (BKC
)
worden systemen
opgezet waarbij gebruik gemaakt wordt van veiligheidscontainers die
zorgen voor een probleemloze aanvoer van vers, en afvoer van gebruikt
oplosmiddel en distillatieresidu. Het systeem bestaat uit speciale,
van lekvrije koppelingen voorziene vaatjes met damp-retourleidingen,
waarmee de machine emissievrij gevuld of leeggepompt kan worden. Door
dit systeem verplicht te maken is men er van verzekerd dat reststoffen
en afval behandel worden volgens of zelfs beter dan de wettelijke
voorschriften.
Chemische
textielreiniging ("Droogkuis")
- Het gaat hier om
kledingstukken en woningtextiel : gordijnen, lakens, … ;
- het verbruik van
perchlooretheen (PER) voor "droogkuis" is de laatste 10 jaren
gedaald, maar is nu gestabiliseerd;
- de producenten
ontmoedigen de verkoop van PER aan bedrijven die met een zelfbedieningssysteem
(muntenautomaat) werken als deze bedrijven niet onder bevoegd toezicht
staan;
- door het in voege
treden van de Europese VOS-richtlijn van maart 1999, zullen voor het
chemisch reinigen van textiel bij nieuwe installaties alleen nog de
geavanceerde 5de generatie machines worden toegelaten. Deze machines
werken geheel gesloten, dus zonder ventilatiepijp en zonder directe
emissies tijdens het proces. Bovendien beschikken zij over een regenereerbare
koolfilter. De bestaande installaties zouden ten laatste in 2007 moeten
aangepast zijn;
- door toepassing
van deze nieuwe technologie is de emissielimiet van maximaal 20 gram
PER per kilogram gereinigd textiel haalbaar;
- een goed onderhouden
machine gebruikt 1 liter PER per 260 kg textiel en emitteert minder
dan 10 g/kg.
Meer info?
Zie www.eurochlor.org |